panorama_vijlen

Vijlen

Vijlen

(Limburgs: Viele) is een dorpje met ruim 1500 inwoners (peiljaar 2005) in Zuid-Limburg, behorend tot de gemeente Vaals.
Vijlen ligt op ongeveer 200 meter hoogte boven NAP en is daarmee het hoogst gelegen dorp van Nederland. Verder heeft Vijlen, gerekend vanaf NAP, ook de hoogste kerktoren. De top van deze toren ligt op 242 m boven NAP.

Het dorp is gelegen tussen Epen en Vaals

aan de Mergellandroute, met uitzicht op het Geuldal. Voor vakantiegangers is de ANWB-Mergellandroute een geliefde route door het Limburgse heuvelland met een lengte van 110 kilometer per auto en motor of circa 125 kilometer per fiets.Camerig was de plaats waar de Stichting Natuur en Milieu op 16 augustus 2005 de twee mooiste landschappen van Nederland bekroonde met vijf sterren: het stroomgebied van de Drentse Aa en het Limburgse Gulp- en Geuldal).

pano_achterom

Vijlen ligt op een heuvelrug die zich uitstrekt

vanaf de Vijlenerbossen, via de Rugweg, het dorp zelf, Hilleshagen tot aan Mechelen. Ten noorden van het dorp ligt in het beekdal de Selzerbeek die onder andere gevoed wordt door de oostelijk van het dorp gelegen Harleserbeek.
Aan de andere kant van de heuvelrug stroomt in het dal ten zuidwesten van het dorp de Lombergbeek.

Door zijn hoge heuvelligging in het uiterste zuidoosten is Vijlen de plaats waar meestal de eerste sneeuw van het Nederlandse seizoen valt, en ook de meeste sneeuw per jaar.

Tot Vijlen behoren de buurtschappen.

Camerig, Harles, Rott, Melleschet en Cottessen. Hier zijn ook nog de oude vakwerkhuisjes te zien. Er zijn uiteraard veel campings en vakantiewoningen in dit bijna on-Nederlandse landschap. Het van oudsher tot de heerlijkheid Vijlen behorende gehucht Mamelis valt tegenwoordig officieel onder het nabijgelegen dorp Lemiers.

vakwerkhuisvijlen-rott

Geschiedenis:

Het dorp Vijlen heeft waarschijnlijk een Romeinse oorsprong.
Uit grafheuvels in het Malensbos (bij Vijlen) kan echter worden afgeleid dat het gebied rond het huidige dorp al lang voor de Romeinse tijd bewoond werd. Deze ronde heuveltjes in het bos stammen uit de tijd van de Bandkeramieken en zijn waarschijnlijk tussen 3500 en 5000 jaar oud.

vijlen_sneeuw

De meeste van deze grafheuvels zijn in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw opgegraven door de Duitse geoloog Liese,
maar sommigen zijn nog onaangeroerd. Een van de meest herkenbare grafheuvels in het Malensbos, het “Kindergraf”, is aan een kant open en inmiddels voorzien van een informatiebordje.

Het graf dankt zijn naam aan de melktandjes die er tussen de crematieresten werden gevonden. Verdere kostbare bezittingen ontbraken echter. Gezien het feit dat er wel enkele scherven uit de Romeinse tijd werden gevonden, gaan deskundigen ervan uit dat het graf geplunderd is door de Romeinen.

In de tijd van die Romeinen moet ook de oorsprong van het huidige dorp Vijlen gezocht worden. Zij kwamen in de eerste eeuw voor Christus naar het gebied. De naam “Vijlen” is afgeleid van ofwel het Latijnse woord “villa”, dat boerderij of landgoed betekent, ofwel van “villare”, wat staat voor “behorend tot een landgoed”.

In de directe omgeving zijn bewijzen gevonden van Romeinse nederzettingen, zoals een (tot op heden niet opgegraven) Romeinse villa aan de Kelderweg. Voor de bouw van hun grote en luxueuze villa’s hadden de Romeinse enorme hoeveelheden hout nodig, wat een omvangrijke houtkap in de Vijlenerbossen tot gevolg had.

Vijlen, kerk in straatzicht De oudste geschriften waarin het bestaan van de nederzetting Vijlen terug te vinden is, stammen uit het jaar 1016.
In dat jaar schonk koning Hendrik de Tweede de hoeve Vijlen (toen gespeld: Uillam) aan het klooster (Aken-)Burtscheid. Geschriften uit de vroeg veertiende eeuw vermelden dat de abdij Burtscheid in die tijd 13 grotere percelen in de directe omgeving van de heerlijkheid Vijlen bezat. Van oudsher bestond Vijlen uit zeven zogeheten “rotten” (gehuchten); Vijlen, Berg, Rott, Melleschet, Hopschet, Mamelis en Cottessen. “Vijlen” en “Berg” groeiden in de loop der tijd uit tot een kern, en Mamelis wordt tegenwoordig tot het dorp Lemiers gerekend. De oorsprong van het dorp ligt waarschijnlijk aan de Vijlenerstraat. De Vijlense parochie Sint Martinus omvatte destijds overigens ook de nabijgelegen plaatsen Harles en Lemiers; de pastoor werd benoemd door de abdis van Burtscheid.

De neogotische Sint-Martinuskerk werd ontworpen door architect Carl Weber en werd, op de toren na, in 1862 voltooid. Rond 1879 moet de toren zijn voltooid.

Bron: Wikipedia